Het beroep van Psy in België.

/ / FAQ BodyPsychotherapy

Psychiater, Psycholoog, Psychoanalyticus, Psychotherapeut, Psychomotorisch therapeut,… : what’s in a name? 

In het domein van de Belgische GGZ zijn de volgende beroepen als psy… werkzaam:

  • De Psychiater
    is een gespecialiseerd arts. Hij houdt zich bezig met psychische ziekten, stelt diagnoses, en kan net als andere artsen medicatie voorschrijven en kan een eventuele hospitalisatie regelen. De consultaties bij een psychiater worden vergoed door de Mutualiteit. Soms is hij ook gevormd als psychotherapeut of in psychoanalyse en kan op dat ogenblik deze methodes ook toepassen bij zijn patiënten.

  • De Psycholoog
    is een wettelijk erkend beroep. Hij is gevormd aan een universiteit, waar hij academische kennis heeft verworven en zich gespecialiseerd heeft in de kennis van de mens in zijn mentale en gedragsmatige dimensie. Hij kan de verschillende aspecten van de persoon testen en evalueren en heeft technieken geleerd om de moeilijkheden van mensen te helpen oplossen. Hij is soms gevormd in psychotherapie of psychoanalyse en kan in dat geval zijn methodes gebruiken met zijn cliënteel.

  • De Psychotherapeut
    heeft in de regel een theoretische en experiëntiële vorming genoten (d.w.z. gebaseerd op een individuele en groepspraktijk) in de hulprelatie en begeleiding; hij heeft persoonlijk therapeutisch werk gedaan en beoefent onder supervisie van zijn collega’s. De titel van psychotherapeut is in België niet wettelijk beschermd, d.w.z. dat eenieder zich psychotherapeut mag noemen. Informeer je dus eerst of de psychotherapeut is aangesloten bij een respectabele beroepsvereniging en als je overweegt in therapie te gaan is het belangrijk dat je naast de diploma’s vooral laat leiden door de positieve commentaren van anderen en ook of het ‘klikt’ met de therapeut.

  • De Psychomotorisch therapeut
    is wettelijk erkend (volgde voorafgaand de masteropleiding in de kinesitherapie met als afstudeerrichting de geestelijke gezondheidszorg. Het werkterrein van de psychomotorisch therapeut is hetzelfde als dat van de psycholoog. Hij doet aan psychologische hulpverlening bij mensen met psychische of psychosociale moeilijkheden en beschikt over een uitgebreid diagnostisch en therapeutisch instrumentarium. Het verschil met een psycholoog is dat deze laatste overwegend gesprekken voert met mensen, terwijl een psychomotorisch therapeut een deel van de tijd met patiënten bezig is via beweging en lichaamservaring. Bij beweging kun je denken aan oefensituaties uit de sport en het bewegingsonderwijs, bij lichaamservaring gaat het om het concentreren op de ervaring en beleving van het eigen lichaam, en daarbij kun je onder andere denken aan ontspanningsoefeningen, ademhalingsoefeningen, sensory-awareness, bio-energetica etc. Binnen een psychomotorische therapie wordt gekeken hoe men met zichzelf, met anderen, met de opdrachten en met het materiaal omgaat. Hij is soms gevormd in psychotherapie of psychoanalyse. Dirk Marivoet is psychomotorisch therapeut – psychotherapeut.

  • De Psychoanalyticus
    gebruikt een psychologische en onderzoeksmethode – oorspronkelijk geïnitieerd door Freud – die toestaat de persoon te begrijpen in wie hij is. De woorden zijn de vectoren van de analyse. De psychoanalyticus heeft zelf een analyse gevolgd, hij kent dus zelf het proces dat hij voorstelt aan de persoon die in analyse komt. Zijn vorming wordt regelmatig vervolledigd. Hij onderwerpt zich regelmatig aan een controle door een andere analyticus en is lid van een associatie van psychoanalytici die de kwaliteit van de prestatie garandeert. Een analyse duurt dikwijls verschillende jaren aan een regelmaat van één sessie in de week. In tegenstelling tot psychiaters en psychologen bestaat er geen door de Staat erkend nationaal diploma voor het beroep van psychoanalyticus.

Een extra woord over … Lichaamsgerichte psychotherapie

1. De geschiedenis van de persoon is ingeschreven in het lichaam

2. Het lijdende deel drukt de splitsing van het zelf uit

3. Een belichaamd woord, een woord dat geneest

4. Het lichaam als een boek

5. Een houding van verantwoordelijkheid

 

1. De geschiedenis van de persoon is ingeschreven in het lichaam
Het lichaam, dat meer is dan het biologische, het anatomische, het object, is eerst en vooral een subject. Het is “geheugen” waarin onze ervaringen zijn geregistreerd. Het draagt de markeringen en de signalen van het geleefde in zich, van de relatie met de wereld en van de afsplitsing van de fusionele oorspronkelijke wereld gecreëerd door het leren van de taal. Een lichamelijk symptoom, van welke aard ook, kan de expressie zijn van een blokkade, van een situatie die onaf is en die aandacht vraagt, maar ook van een figuur die geen achtergrond heeft waartegenover het zich heeft geconstitueerd. De lichaamsgerichte psychotherapie stelt zich de therapeutische benadering voor in een dubbele lezing: ze beoefent tegelijkertijd a) aandachtig luisteren naar de geschiedenis en b) de ermee verbonden lichamelijke manifestaties. Zij gidst zodoende twee parallelle wegen op een simultane manier.
De woorden incarneren des te beter in hun affectieve waarde wanneer het bewustzijn van de persoon bewogen wordt in zijn gevoel. Zijn taal bewonen, is ze ook leven, ze horen in zijn vlees. De geluiden van het lichaam worden gemaakt door bewegingen, sensaties en intieme expressies die leven geven aan de woorden of ze tegenspreken.

 

2. Het lijdende deel drukt een splitsing van het zelf uit

Wanneer het “niet-gecontroleerde” opkomt in het lichaam, doorheen een beweging, een storende sensatie of iedere andere onwillekeurige manifestatie, getuigt zij van de aanwezigheid van een onbekend deel waar men dikwijls bang voor is. Een samentrekken van de maag, een verkramping, een spanning in de nek zijn manieren waarop het opgesloten deel, het lijdende deel, zich uitdrukt.
Dikwijls realiseert de persoon zich op dat ogenblik dat “iets” stikt in hem, dat hij gescheiden is. De zelfdestructieve kracht is het omgekeerde van de levenskracht. Ze is de levensenergie die tegen zichzelf gekeerd is. Het werk van de lichaamsgerichte psychotherapeut is tegelijkertijd essentieel en subtiel: zijn patiënt helpen dit deel van zichzelf te “overwegen” dat hem verstikt en dat hij verstikt.

 

3. Een belichaamd woord is een woord dat geneest
We kunnen ons vandaag gesteund door de wetenschap, voorstellen hoe de rigiditeit van een geloofssysteem of het blokkeren van emoties…zich uiteindelijk lokaal kristalliseren in wat we een ziekte noemen. In deze zienswijze omtrent ziekte, kunnen we stellen dat het somatische antwoord zich installeert in een poging om de algemene energie van het individu te conserveren, wat hem een ondraaglijke bevraging van zijn geloof of van zijn waarden bespaart en een mogelijk psychisch onevenwicht.
Om de bevraging aan te gaan, dient de cliënt een voldoende groot vertrouwen te voelen in zijn psychotherapeut. Omdat “de enige manier om de onbewuste inhouden te raken, erin bestaat te pogen aan het bewuste, een attitude te bezorgen die toestaat het onbewuste te laten samenwerken in plaats van er zich tegen te verzetten” C.G. Jung.
Als er een therapeutische kunst bestaat, dan is het daar dat die zich situeert. Dit aspect van therapeutische verwerkelijking vraagt een juiste aanpassing, een innovatieve “présence” die rekening houdt met de eigen originaliteit van de persoon om hem het noodzakelijke draagvlak te geven en hem te helpen deze passage van het “opgeslotene” naar buiten te brengen te voltrekken. Een gebaar, een woord, soms een eenvoudige blik van de psychotherapeut, of een stilte, staan toe het noodzakelijke inzicht te verkrijgen of de woorden van de persoon die plots nieuwe accenten resoneren, een belichaamd woord bevrijden, een woord dat geneest…
Dit woord wordt dikwijls vergezeld door emotionele expressies van het ingehouden lijden en betekent een beslissende stap in de therapeutische vooruitgang. Het vertaalt zich door een algemeen beter-voelen, een nieuwe ademstroom in het leven van de cliënt.
En de diepere vraag, is te weten te komen hetgeen verschijnt, hetgeen gezegd wordt of hetgeen zich zoekt te zeggen in mij doorheen mijn lichaam in zijn manifestaties. Het is daar dat men meer concreet begint de intelligentie van het lichaam binnen te gaan alsook het woord van het lichaam. Deze manifestaties zijn een “manier van spreken”. Het zijn geen literaire woorden. Ze spreken doorheen een vibratie, doorheen gebaren, bewegingen. Het is daar dat de begeleiding van de psychotherapeut sterk van pas kan komen, omdat hij je een spiegel gaat geven, als hij gevoelig is voor de lichamelijkheid, zal hij zeggen aan de persoon wat hij ziet. Deze gevoeligheid voor de lichamelijkheid, zal hij delen met de persoon…
Via de benaderingen binnen de lichaamsgerichte therapie, is men in de mogelijkheid om te spreken over zijn angst, om zijn angst te tonen, om zijn tranen te laten lopen als men verdriet heeft, enz. – men kan in heel subtiele zaken gaan, die op het ogenblik dat ze tot expressie gebracht worden, de relatie tussen hoofd en lichaam vrij maken. De plaats van het lichaam in het proces, gezien vanuit het perspectief van de lichaamsgerichte psychotherapie is fundamenteel. “Wat voel je in je lichaam, hier en nu” was één van de favoriete vragen van Fritz Perls, grondlegger van de Gestalt-therapie. “Het hier en nu” van de lichamelijke beleving stuurt het gemanifesteerde van “buiten” door naar het kinesthetische bewustzijn, aan de aandacht “van binnen” door zijn antagonisme of complementariteit met het gezegde. Dit vermogen om binnen en buiten te verbinden vertaalt zich in een zoeken naar eenmaking van de psyche. Zij creëert een gevoeligheid voor het contact met de natuur. Door het contact met het dierlijke lichaam, met het cellulaire geheugen en de transgenerationele overerving, en voelt de persoon zich in de wereld, voelt hij zich er deel van.

 

4. Het lichaam als een boek

Het lichaam toont, onthult de karakteriële persoonlijkheid. Het is te lezen als een boek, het vertelt iets van de persoon als “deze man met de armen en benen en borst die uitermate ontwikkeld zijn en die loopt op deze dunne benen als van een adolescent… deze vrouw met de soliede heupen en billen…die haar borsten van klein meisje behouden heeft”. (Cfr. Jack Painter, Diep Lichaamswerk en persoonlijke ontwikkeling). Gebeurtenissen uit het verleden, maar ook angsten voor de toekomst laten sporen na in de weefsels, modelleren het karakter en constitueren het musculaire spier- en karakterpantser. Wilhelm Reich, die een tijd leerling is geweest van Sigmund Freud, heeft dit pantser beschreven als bestaande uit een serie van zeven circulaire segmenten rond het lichaam, gaande van de ogen tot aan het bekken. In deze lezing van het lichaam, houdt elk van deze segmenten een gedeelte van de persoonlijkheid vast en beperkt deze. De geschiedenis van de persoon laat zich lezen in zijn lichamelijke weerslag. Het concept van de “bodymind”, vertaalt de onscheidbare synergie tussen de lichamelijke inschrijving en de psychische sporen die nagelaten zijn in het geheugen van de persoon als gevolg van traumatische situaties. “Iedere musculaire rigiditeit bevat de geschiedenis en de betekenis van zijn origine” schrijft Reich vanaf 1930. Hij beschouwt het geheel van de musculaire contracties, wat hij het spierpantser noemt, als uitdrukking op het somatische niveau van de defensiemechanismen van de persoon. Zoals Winnicot, die de splitsing lichaam-geest vervangt door de eenheid psyche-soma, definieert Reich een psychosomatische eenheid van de mens. Vandaag wordt veelal het concept van de bodymind gebruikt, overgenomen uit de Angelsaksische voortzetting van de concepten van Reich, wanneer men spreekt over de onscheidbare synergie tussen de lichamelijke inscriptie en de psychische sporen die nagelaten worden in de herinneringen van de persoon als gevolg van traumatiserende situaties.

 

5. Een attitude van verantwoordelijkheid.
De vraagstelling omtrent de relatie tussen existentiëel lijden en haar somatische correspondentie en omgekeerd deze tussen chronische lichamelijke spanningen en het psychisch functioneren houdt de lichaamsgerichte benadering zeer bezig. Het therapeutisch parcours neemt dan ook deze dialectiek in overweging, om de cliënt progressief zicht te helpen krijgen omtrent de manier waarop hij zijn eigen lijden behandelt. Zijn projectief en reactief gedrag transformeert zich dan in een attitude van verantwoordelijkheid. Op dit ogenblik reageert de cliënt niet meer voor of tegen zijn lijden, hij verzoent zich met dit deel van zichzelf. Dit proces van integratie waarbij de psychotherapie een essentiële rol speelt, maakt de geblokkeerde energie die voordien vastgehouden werd in bepaalde musculaire en karakteriële defensies beschikbaar. Deze hervonden energie vertaalt zich op concrete wijze door een verhoogde vitaliteit in de persoon die dikwijls nieuwe capaciteiten ontplooit en beter zijn leven in handen neemt.

 

TOP